Maar daar dachten de ploegen van Tom Steels, Erik Zabel, Jeroen Blijlevens en Mario Cipollini heel anders over. Elke kans op een massasprint pakten zij met beide handen aan.
Uitvinding van het treintje
Zeker Saeco, de ploeg van Mario Cipollini, was er alles aan gelegen succes te boeken. Deze ploeg kan beschouwd worden als de uitvinder van het treintje. Elke grote ronde waar Mario Cipollini zijn opwachting maakte, was hij omringd door een grote groep helpers. Renners die hem onderweg uit de wind hielden en die in de laatste kilometers de sprint voor hem aantrokken. Het fenomeen treintje is vandaag de dag zo’n vertrouwd beeld, dat we bijna vergeten dat het pas vijftien jaar in het peloton aanwezig is.
2000 en 2003
De behoefte om Mario Cipollini in winnende positie naar de meet te loodsen was zo urgent omdat hij de gewoonte had vlak voor de eerste echte berg af te stappen. Op de Champs-Élysées heeft hij dan ook nooit gezegevierd, laat staan dat hij de groene trui ambieerde. Cipollini verscheen in zijn carrière 27 keer aan de start in een grote ronde. Hij reed er slechts zes uit. Dat was elke keer in zijn thuisland de Giro d’Italia. Voor Tourdirecteur Leblanc was dit ook de reden om hem tussen 2000 en 2003 de toegang tot de Tour de France te ontzeggen. Anders had hij waarschijnlijk veel meer dan twaalf etappezeges geboekt.
Het juiste moment
Zover was het nog niet die 17e juli 1998. Het peloton stormde in volle vaart op Brive-la-Gaillarde af. Het moordende tempo werd gedicteerd door de mannen van Saeco. Nu nog ontsnappen was onmogelijk. Erik Zabel dacht heel slim tussen het treintje en Cipollini zijn plekje gevonden te hebben. Maar hierdoor kwam hij veel te vroeg op kop. Zijn sprint was kansloos en Cipollini kwam er met het grootste gemak overheen. Al had de sprint niet vijftig meter langer moeten duren. De nummers twee en drie, Nicola Minali en Jan Svorada, hadden op de streep meer snelheid. Maar dat is de kracht van de beste sprinters. Op het juiste moment gaan!